woensdag 26 november 2014

Informatie

Sjamanisme is het manipuleren van bovennatuurlijke machten door een sjamaan die contact kan maken met geesten en de geestenwereld, veelal om op die manier door geesten verooorzaakte ziektes te genezen. Het komt en kwam voor in diverse culturen en traditionele geloven verspreid over de hele wereld, met elk hun rituelen en praktijken.
De term sjamanisme komt van het Toengoezische šamanša betekent weten, een sjamaan is letterlijk "iemand die weet". Het stamt af van hetSanskriet sramana (श्रमण) en komt overeen met het Chinese sha-men, wat "hij die in extase verkeert" betekent.
Sjamanisme is gebaseerd op de veronderstelling dat de zichtbare wereld met onzichtbare krachten of geesten is doordrongen die het leven van de levenden beïnvloeden. In tegenstelling tot animisme en animatisme, dat gewoonlijk door een groot aantal leden van een maatschappij wordt beoefend, is voor sjamanisme gespecialiseerde kennis of capaciteit vereist. Sjamanen zijn echter niet georganiseerd in fulltime rituele of geestelijke verenigingen, zoals priesters.
Sjamanisme is meer een techniek dan een filosofie of organisatie. Het meest kenmerkende aspect van sjamanisme is dat de sjamaan direct contact maakt met de geestenwereld door in trance te geraken. Antropoloog Mircea Eliade gaf de definitie; 'een sjamaan specialiseert in een trance waarin zijn/haar ziel wordt geacht het lichaam te verlaten en op te stijgen naar de hemel of af te dalen in de onderwereld' en noemt de sjamaan 'technicus van het heilige'.
Sjamanisme komt al voor tijdens de Shang-dynastie.
Er zijn sjamanistische rituelen beschreven door buitenstaanders, zoals een seance van de Saami in de Historia Norwegiæ (12e eeuw). In de Finse mythologie worden sjamanistische rituelen beschreven en uit diverse grotschilderingen kan ook afgeleid worden dat sjamanisme een belangrijke invloed had op de oude Finnen.
De Oirat-Mongolen worden in de dertiende eeuw voor het eerst genoemd als een "bosvolk" dat door sjamanistische stamhoofden werd geregeerd. Veel sjamanistische mythen uit Mongolië gingen verloren in de zestiende eeuw, toen het Tibetaans boeddhisme werd ingevoerd. In Siberië kwam het al in de tiende eeuw onder druk te staan.
Tot de 17e eeuw hingen de Kalmukken het sjamanisme aan, waarna ze overgingen op de Gelugpa. Ook zijn er veel volken die zich officieel bekeerden, maar toch ook het sjamanisme bleven volgen (zoals de Negidalen en Dolganen).
De Russisch-orthodoxe Kerk (en vanaf 1917 de communisten) vervolgden sjamanen[2], zoals bijvoorbeeld bij de OedegeïersKettenEvenken enEvenen.
De Nenetsische sjamaan werd geclassificeerd naar spirituele trouw en functie en naar ervaring. In de 18e eeuw begonnen missionarissen van de Russisch-orthodoxe Kerk te evangeliseren. Nenetsen die zich niet wilden bekeren, vluchtten naar West-Siberië, waarbij naar verluidt hun goden werden verbrand en vernietigd, wat weer leidde tot haat en wrok onder de Nenetsen. In Siberië ontstonden ook onrusten door de gedwongen bekeringen tot het christendom, de extreem hoge belastingen en uitbuiting door handelaren. Met name in de 19e eeuw kwamen de Nenetsen daar regelmatig in opstand. In de jaren zeventig van de 19e eeuw werd een gedeelte van de Nenetsen gedwongen zich te hervestigen op Nova Zembla.
Het overheidsbeleid om de jeugd te vervreemden van de taal en gebruiken van het volk, zo werden ze bijvoorbeeld al jong uit huis geplaatst, leidde tot opstanden. Zoals de Kazymopstand, waarna het Chantische culturele en religieuze (sjamanisme) leven volledig onder controle van de staat werd gebracht en waar dit de groot-communistische gedachte niet ondersteunde volledig werd verboden.
In 1957 werd een decreet uitgevaardigd, waarbij de overheid het wettelijke recht kreeg op de kinderen van de nomadische volkeren vanaf het moment dat ze werden geboren tot het moment dat ze hun onderwijsperiode hadden voltooid.
Naast groepen die zich bekeerden of juist het oude geloof bleven aanhangen, ontstonden religieuze bewegingen zoals het boerchanisme (met elementen uit het sjamanisme en lamaïsme) als een symbool tegen de Russische kolonisatie. Deze religie gelooft dat de, van Dzjengis Khanafstammende, mythische Oirat Khan terug zal komen als messias om de Altaj te bevrijden van de Russische overheersing en het christendom en hen zou laten terugkeren naar de situatie van voor de Russische en Chinese overheersing.
Ondanks vervolging zijn op veel plaatsen nog sjamanistische rituelen tot in de huidige tijd blijven bestaan. De Korjaken zijn tot de dag van vandaag nog grotendeels sjamanisten. Door bijvoorbeeld plaatsing op de Lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheidprobeert men sjamanistische rituelen ook voor de toekomst te bewaren. Voorbeelden zijn BoysunDanoje en Ganggangsullae.
Ashiq staat symbool voor de Azerbeidzjaanse cultuur. Een ashiq is vergelijkbaar met een mystieke troubadour, die zingt en zich begeleidt op het sazinstrument. Deze traditie heeft zich vanuit de sjamanistische filosofie van de oude Turkse volkeren ontwikkeld. Ashiq muziek is in 2009 door deUNESCO uitgeroepen tot meesterwerk van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid.
Het voor-islamitische sjamanisme heeft zijn sporen achtergelaten in het volksgeloof van Hunza. Zo hebben kinderen soms donkere make-up rond de ogen om berggeesten af te weren.
Nog altijd bestaan er volken die volledig zijn afgezonderd van de buitenwereld en hier komt sjamanisme nog altijd voor, zoals bij de Akuntsu. Op Bali en Borneo wordt nog contact gezocht met natuurgeesten en in de mythologie spelen deze figuren nog altijd de hoofdrol. De meeste Monpas behoren tot de gelugsekte van het Tibetaans boeddhisme en de sjamanistische bön.
Sinds 1991 is het beoefenen van religie, zoals Tibetaans boeddhisme en traditioneel sjamanisme, weer toegestaan in Mongolië.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten